Inleiding
De hypofyse is een klier die ongeveer midden in het hoofd onder aan de hersenen hangt. De klier is gelegen in het z.g. Turkse zadel, een holte in de schedelbasis niet ver achter de oogkassen. Hier lopen de beide oogzenuwen langs en overheen, alwaar ze de kruising of het chiasma vormen.
De hypofyse is de centrale schakel in de hormoonhuishouding. Hier worden hormonen aangemaakt, die weer andere organen stimuleren tot hormoonafgifte. Zulke organen zijn b.v. de schildklier, de bijnieren en de geslachtsorganen. Verder speelt de hypofyse een belangrijke rol in de water- en zouthuishouding.
Symptomen
Verschijnselen van een hypofysetumor kunnen van tweeërlei aard zijn:Onderzoek
Het onderzoek dat de tumor het beste weergeeft is de MRI. Daarnaast zal de internist-endocrinoloog ("hormonendeskundige") onderzoek doen naar de diverse "assen" tussen hypofyse en de hiervan afhankelijke organen. Het betreft meestal bloedonderzoek. Ook kan bloed worden afgenomen na het stimuleren van een van de organen met tabletten of een infuus.![]() |
Op de MRI foto links, die evenwijdig aan het gelaat is gemaakt, is de aankleurende, lichte tumor goed te zien. De grijze, dwars verlopende streng er direct boven is de doorsnede door de kruising van de oogzenuwen, het chiasma. In dit geval wordt het chiasma iets omhoog geduwd door de tumor. Op de foto rechts is de MRI te zien van een doorsnede evenwijdig aan en door de neus (deze zit links, maar is op de foto zelf niet te zien). De grote pijl geeft de richting aan bij een operatie door de neus. |
![]() |
Behandeling
De behandeling van een hypofysetumor kan bestaan uit:De verschillende behandelingen kunnen ook gecombineerd worden. De keuze van de behandeling hangt af van een aantal factoren, waarvan de soort en grootte van de tumor de belangrijkste zijn. Bij de behandeling van hypofysetumoren zijn meestal meerdere specialisten van
verschillende disciplines betrokken. Vaak zal de endocrinoloog de behandeling coördineren en de medicamenteuze therapie voor zijn rekening nemen. De bestraling wordt in principe uitgevoerd door de radiotherapeut.
De neurochirurg is verantwoordelijk voor de operatieve behandeling.
Het lukt niet altijd het gezwel volledig te verwijderen. Vaak heeft dit te maken met de vorm en de ligging van de tumor of doordat het tumorkapsel erg vast zit aan de omgevende structuren. Wanneer de tumor niet goed te onderscheiden is van het normale hypofyseweefsel, zoals soms het geval is bij kleine hormoonproducerende tumoren, is de kans groter dat er bij de operatie nog een gedeelte van de tumor achterblijft. Dit hoeft niet altijd even erg te zijn, d.w.z. dat het
per se zal leiden tot terugkeer en het opnieuw verwijderen van de tumor.
In sommige gevallen waarbij het gezwel niet via de neusholte geopereerd kan worden moet een zogenaamde trepanatie worden uitgevoerd. Hierbij wordt een klein luik in de schedel gemaakt, waarlangs vervolgens het gezwel bereikt kan worden. Het gaat hierbij vaak om een grote tumor, die door zijn vorm en ligging niet meer goed te opereren is door de neus of om een restant van een tumor, dat na een eerdere operatie door de neus is achtergebleven en nog druk uitoefent op omgevende structuren.
Na de operatie is het bijhouden van de vochtbalans erg belangrijk. Wanneer
de patiënt kort na de operatie veel moet plassen en / of veel dorst heeft is er waarschijnlijk sprake van een gestoorde waterhuishouding.
In bepaalde gevallen moet dit met medicijnen behandeld worden.
Wanneer er geen complicaties optreden vindt na enkele dagen ontslag uit het ziekenhuis
plaats.
Daarnaast kunnen zich complicaties voordoen, die te maken hebben met de toegang via de neus. De belangrijkste zijn neusbloeding, perforatie van het neustussenschot en sinusitis.
Na de operatie kan de hormoonhuishouding blijvend gestoord zijn doordat de hypofyse te weinig van een bepaald soort hormonen produceert. De patiënt moet dan als vervanging deze hormonen innemen. We noemen dit substitutietherapie. Vaak is er ook al voor de ingreep een bepaald hormoontekort en is dit geen gevolg van de operatie.
De uitslag van bovengenoemde onderzoeken zal mede bepalen of er na de operatie nog aanvullende behandeling nodig is. In een aantal gevallen is er nog een behandeling met geneesmiddelen nodig. Soms kan het enige tijd duren voordat weer een ideale hormonale situatie is bereikt en bestaan nog geruime klachten van b.v. vermoeidheid.
Een verbetering van het gezichtsvermogen is vaak een van de eerste verschijnselen. Hoe eerder dit gebeurt, hoe beter het eindresultaat zal zijn. Als de oogzenuwen lang in de knel hebben gezeten zal herstel uitblijven.
Wanneer bij de operatie niet al het tumorweefsel verwijderd kon worden, kan soms de hypofysetumor weer aangroeien en is er soms nog een operatie nodig. De kans hierop is kleiner als het tumorbed na de operatie bestraald is.
Tenslotte
Een hypofysetumor is een goedaardige en in de regel goed te behandelen aandoening. Wel zijn patiënten in de meeste gevallen hun verdere leven afhankelijk van medicijnen en ook ligt de vorming van een nieuwe tumor (recidief) op de loer. Vanwege de goedaardigheid gaan hier echter meestal jaren overheen. De patiënten blijven dan ook geruime onder controle van neurochirurg en internist-endocrinoloog.Nederlandse Hypofyse Stichting.